|
| Gambia |
Gambia is een land in Afrika dat grenst aan Senegal en de
Atlantische Oceaan. Het land bestaat uit een tamelijk smalle strook langs de
Gambia-rivier, die zo'n 250 kilometer lang en slechts enige tientallen
kilometers breed is.

Geschiedenis
Gambia maakte ooit deel uit van het Ghanese Rijk. De eerste schriftelijke
bronnen zijn verslagen van Arabische handelaren uit de 9e en 10e eeuw. De
Arabieren haalden slaven, goud, en ivoor uit het gebied via een handelsroute
door de Sahara. In de 15e eeuw namen de Portugezen deze handel over via
zeeroutes. Gambia maakte toen deel uit van het Koninkrijk Mali.
In 1588 verkocht de Portugese troonpretendent Antonio Prior Do Crato de
exclusieve handelsrechten op de Gambia-rivier aan de Engelsen. Koning Jacobus I
van Engeland gaf in 1618 handelsrechten in Gambia en Goudkust aan een Britse
bedrijf.

Aan het eind van de 17e eeuw en gedurende de 18e eeuw streden Frankrijk en het
Verenigd Koninkrijk om de macht in Senegal en Gambia. Bij de Vrede van
Versailles van 1783 ging het gebied naar het Verenigd Koninkrijk. Frankrijk
behield een kleine enclave die in 1857 alsnog werd overgedragen. In 1889 werd
overeenstemming bereikt over de grenzen. Gambia werd een Britse Kroonkolonie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht Gambia mee in Birma. In de hoofdstad Banjul
maakte het Air Corps van het Amerikaanse leger tussenlandingen, en de haven werd
gebruikt als tussenstop voor convooien.

In 1962 werden algemene verkiezingen gehouden. Gambia kreeg zelfbestuur in 1963,
en werd op 18 februari 1965 onafhankelijk. Het bleef lid van het Britse
Commonwealth of Nations en was een constitutionele monarchie met de Britse
koningin als staatshoofd. Korte tijd later stelde de regering voor Gambia om te
vormen tot republiek. Het voorstel haalde niet de vereiste tweederde meerderhied.
Op 24 april 1970 werd Gambia na een referendum alsnog een republiek.
Gambia werd geleid door president Sir Dawda Kairaba Jawara, die vijfmaal werd
herkozen. Een coup in 1981 door Kukoi Samba Sanyang werd na een week
neergeslagen met behulp van Senegal. De twee landen vormden in 1982 de
confederatie Senegambia, gericht op het samensmelten van beide legers, de
economie, en de munteenheid. In 1989 stapte Gambia uit de confederatie.
In juli 1994 volgde een nieuwe coup. De democratisch gekozen regering van Dawda
Kairaba Jawara werd afgezet. Er kwam een voorlopig militair bewind onder leiding
van luitenant Yahya Jammeh. Het militair bewind kondigde een terugkeer naar de
democratie aan. In 1996 werd een commissie ingesteld die verkiezingen moest
voorbereiden.

Yahya Jammeh, inmiddels opgeklommen tot kolonel, werd op 6 november 1996
ingezworen als president. Op 18 oktober 2001 werd hij herkozen voor een termijn
van vijf jaar.
In 1998 en 1999 bezette Gambia een niet-permanente zetel in de Veiligheidsraad
van de Verenigde Naties.
Slavernij
Gedurende de periode van de transatlantische slavenhandel werden 3 miljoen
mensen uit de regio als slaaf naar Amerika gebracht. Hoeveel slaven door
Arabieren zijn verhandeld via de route door de Sahara is onbekend. De slaven
werden door Afrikanen aan Europeanen verkocht. Sommigen waren gevangen genomen
in stammenoorlogen, anderen werden verkocht wegens schulden, of waren ontvoerd.
Aanvankelijk kwamen de slaven in Europa terecht als bedienden. Later werden ze
naar Amerika vervoerd. In 1807 werd de slavenhandel door de Britten afgeschaft.
Zij probeerden ook een eind te maken aan de slavenhandel in Gambia zelf,
aanvankelijk tevergeefs. De slavernij werd hier pas in 1906 afgeschaft.

Geografie
lengte landgrenzen: 740 kilometer met Senegal,
kustlijn: 80 kilometer,
grootste rivieren: Gambia-rivier,
laagste punt: 0 meter aan de Atlantische Oceaan,
hoogste punt: 53 meter,
Hoofdweg bij Banjul:Arnout Steenhoek (2003)
Economie
Gambia heeft geen minerale -, of ander natuurlijke rijkdommen. Vijfenzeventig
procent van de bevolking leeft van landbouw en veeteelt. Daarnaast is er wat
kleine industrie - hoofdzakelijk het verwerken van pinda's, vis en huiden. Het
toerisme neemt snel in belang toe. Naast toeristen die voor zon, zee en seks
komen, reizen vogelaars naar Gambia, en verder Amerikanen die afstammen van
Afrikaanse slaven en die hier hun afkomst komen zoeken.

Bruto Nationaal Product: 2,6 miljard Amerikaanse dollar,
werkloosheidspercentage: hoog,
Staatsinrichting
staatshoofd: President Yahya A. J. J. Jammeh (tussen 1994 en 1996 ook hoofd van
de militaire junta),
regeringsleider: idem,
parlement: 1-kamer National Assembly 53 zetels; 48 gekozen door bevolking, 5
aangewezen door president; termijn van 5 jaar,
bestuurlijke indeling: Banjul, Central River, Lower River, North Bank, Upper
River, Western,
Staatshoofden van Gambia
Koningin Elizabeth II 1965-1970,
Sir Dawda Kairaba Jawara (PPP) 1970-1994,
Yahja Abdul-Azziz Jemus Junkung Jammeh (APRC) 1994-heden,
Premier van Gambia
Rev. Pierre Sarr N'Jie (UP) <>chief minister<> 1962-1965,
Sir Dawda Kairaba Jawara (PPP) 1965-1970,
PPP= People's Progressive Party (Progressieve Volkspartij) UP= United Party
(Verenigde Partij) APRC= Alliance for Patriotic Reorientation and Construction
(Alliantie voor Heroriëntatie en Wederopbouw)
|
|
|